Het bombardement op Dresden in februari 1945 duurde drie dagen en werd uitgevoerd door de Britse Royal Air Force (RAF) en de Amerikaanse United States Army Air Forces (USAAF). Destijds werd het als een noodzakelijke militaire actie beschouwd, maar tegenwoordig zou het als een oorlogsmisdaad worden gezien. De nazi-propaganda sprak van honderdduizenden doden om hun eigen misdaden te verbloemen, terwijl het werkelijke aantal slachtoffers, voornamelijk burgers, rond de 25.000 lag.
De stad werd getroffen door een vernietigende vuurzee, veroorzaakt door de brandbommen die een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius bereikten. De hitte was zo intens dat alle zuurstof uit de lucht werd gezogen, waardoor veel burgers in schuilkelders geen kans hadden om te overleven. Na de oorlog, in de periode van de Duitse Democratische Republiek (DDR), bood het centrum van Dresden een desolate aanblik. Het puin was grotendeels geruimd en de vrijgekomen stenen werden hergebruikt voor de wederopbouw van voornamelijk woningen aan de rand van de stad.
De grootschalige restauratie van Dresden kwam pas echt op gang na de Duitse hereniging, de Wende, in de jaren negentig. Een van de meest opmerkelijke hoogtepunten van deze restauratie was de volledig herbouwde Frauenkirche, die in 2005 werd voltooid en sindsdien een symbool van de stad is geworden. Daarnaast werden ook andere historische gebouwen, zoals de Semperoper en het Zwingerpaleis, in hun oude glorie hersteld.
Ooit bekend als het “Florence aan de Elbe,” doet de oude barokke stad Dresden deze naam weer eer aan. Het herwonnen prestige en de schoonheid van het herstelde stadscentrum hebben ervoor gezorgd dat Dresden opnieuw de titel “Elbflorenz” waardig is.








