In aanloop naar de presidentsverkiezingen een fotoreis naar de Filipijnen met verblijf in Batangas en Manilla.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld Indonesië zijn de Filipijnen een rooms katholiek land getuige de vele kerken en kathedralen. In 2015 was het hoogtepunt een bezoek en mis door paus Franciscus in Manilla.

Het straatbeeld is hectisch en chaotisch. Een dikke walm van tweetaktmotoren van de brommers en tricycles. Deze driewielers zijn de goedkope taxi’s waarin je voor een paar peso’s met name korte afstanden kunt afleggen. Bijzonder fraai zijn de zogenaamde jeepneys. Een soort verlengde jeep waar je makkelijk achterin kunt springen voor de langere ritten.
De Filipijnen kennen weinig internationaal toerisme en misschien zijn ze daarom zo vriendelijk. Foto’s maken is geen probleem en ze zijn eerder trots dan boos als ze op de foto mogen. Alleen in de slums waarschuwt de ene Filipijn voor de ander die misschien de dure camera wil stelen. Daar is dan enige voorzichtigheid geboden.
Batangas is een provinciestad met een eigen universiteit en prachtige kathedraal. De straten zijn nauw en vol lawaai. Iedereen is druk en heeft haast, maar waar naar toe? Het huis van de familie Acosta Pastors in prachtig neokoloniale stijl herinnert aan een rijk verleden. Centraal staat de Steinway waar vroeger de huisconcerten werden gegeven. De familie reisde over de hele wereld. Met name de band met de Verenigde Staten is sterk.
Tegenwoordig is het land vrij arm met enorme aantallen mensen in de hoofdstad Manilla, wat als Megapool wordt bestempeld door de VN (meer dan 10 miljoen inwoners). Opvallend is vooral dat arm en rijk door elkaar heen wonen. Je loopt zo van dure winkelstraten met exclusieve shopping malls de arme wijken in met straathandel.
Een kleine selectie van foto’s geeft een beeld van de aanloop naar de verkiezingen in het voorjaar van 2016.