Colombia – 40 jaar later

In 1985 reisden wij  als sociologiestudenten uit Groningen naar een studiegenoot die stage liep in Bogotá. Het was het Colombia van de FARC, M-19 en ELN. Pablo Escobar was nog een onbekende naam. Onbevreesd – of misschien vooral onwetend – trokken we door het land. Zuidelijke steden als Popayán, Neiva en Buenaventura, nu vaak met code rood bestempeld, bezochten we zonder veel nadenken.

Veertig jaar later zijn we terug. En meteen is het er weer. De ijle lucht van Bogotá op 2600 meter hoogte. De wandeling van Plaza Bolívar omhoog naar La Candelaria waarbij je automatisch naar adem hapt. Precies zoals toen. En dan de afdaling uit de stad richting de Cordillera’s, de uitlopers van de Andes. Het ene moment sta je in een warm, groen dal, een uur later rijd je door koele wolken en mist. Colombia laat zich niet in één klimaat vangen – en ook niet in één verhaal.

Wat in al die jaren nauwelijks is veranderd, zijn de mensen. Colombianen zijn vriendelijk, trots op hun land en oprecht blij dat je de moeite neemt om het te bezoeken. Ze nemen de tijd, helpen geduldig en blijven glimlachen als je Spaans tekortschiet. Vandaag helpt technologie een handje mee: Google Translate fungeert als tolk bij politiecontroles, tolpoorten en in restaurants. Veertig jaar geleden deden we het zonder internet of mobiele telefoon. Niemand miste het.

Colombia proef je ook letterlijk. Op een koffieplantage leert Juan ons hoe koffie bedoeld is. Niet gedachteloos doorslikken, maar even in je mond houden. Zoet op de punt van je tong, complex langs de zijkanten. Nespresso? Daar moet hij niets van hebben. Handgeplukte bonen, slow roasting en gefilterd door oma’s sok – dát is koffie. Zacht, rijk aan aroma’s en totaal anders dan de donker gebrande bonen die we thuis gewend zijn.

Voor buitenlandse reizigers blijft Colombia een uitdaging. Het ritme ligt lager, de afstanden zijn niet groot maar de wegen gevaarlijk. Voor Colombianen zelf – en voor reizigers uit buurlanden als Venezuela – is dat vanzelfsprekend. Zij reizen ontspannen door hun land. Wie zich als Europeaan openstelt en het tempo accepteert, krijgt er veel voor terug.

Naast Bogotá verrassen plaatsen als Salento en Jardín. Dorpspleinen waar gezinnen samenkomen, kinderen vrij spelen en oude mannen rond het biljart staan. Een processie trekt voorbij onder luid klokgelui. Geen zichtbare handhaving, geen haast. Alles verloopt met een vanzelfsprekendheid die doet denken aan Macondo uit Honderd Jaar Eenzaamheid. Een bijna tijdloze samenleving.

Wie Colombia echt wil begrijpen, moet lezen. De Pizarro’s – een meeslepende familiekroniek over drie generaties, van marineadmiraal tot guerrillastrijders – en natuurlijk Honderd Jaar Eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Zijn Macondo is meer dan fictie: het is een sleutel tot het Colombiaanse hart.

Is Colombia een vakantieland?
Ja, zeker aan de Caribische kust met Cartagena, Santa Marta en Barranquilla: stranden, kleur en warmte, op slechts een uur vliegen van Curaçao.
Maar wie verder wil – Bogotá, de Cordillera’s, Medellín – heeft wat meer lef nodig.

Die reis wordt ruimhartig beloond.

Colombia es muy linda.